Die ene keer dat ik een burn-out van dichtbij meemaakte

By April 18, 2017 Career No Comments

Foto 4

Handjes in de lucht als je kijkt naar ‘Sophie in de mentale kreukels’! Sommige afleveringen zijn al meer dan 190.000 keer terug gekeken, dus ik hoop dat er in ieder geval één iemand met mij zijn of haar hand in de lucht steekt. Tik ‘m aan.
Het hebben van, vermijden van en praten over (symptomen van) een burn-out blijft een onderwerp van ons gesprek van vandaag de dag. En nu er tv-programma’s over gemaakt worden, denk ik ook dat het steeds vaker wordt herkend en met minder schaamte wordt besproken.
Dat betekent ook dat ik mensen om me heen hoor reageren op wat ze zien in het programma, of lezen op internet. “Ik kan me écht niet voorstellen dat het mij zal overkomen.” of: “Huh? Heb je dan écht geen energie meer om iets doen? Ik kan nooit stil zitten, dus ik zal dat echt wel anders doen.” Ik probeer die verbazing van mijn medemens niet te veroordelen als het gaat over wat mensen met een burn-out ervaren en wel of niet meer kunnen. Laat staan een uitspraak doen over wie dit wel of niet kan overkomen. Dit vraagt namelijk veel nuance en is veel complexer dan het lijkt. Bovendien is het niet voor iedereen weggelegd om een burn-out op zeer jonge leeftijd mee te maken. En niet één, maar twee.

Bijna twintig jaar geleden, toen burn-outs nog helemaal niet zo hip en modern waren als nu, kreeg ik ermee te maken. Niet omdat ik zélf een burn-out had, maar iemand binnen het gezin. Ik zat op de basisschool en snapte er geen ene fluit van, behalve dat ik gigantisch op eieren moest lopen, omdat anders de pleuris uitbrak, en mijn mond moest houden.
Er was iemand ziek, ook al zag ik helemaal niets, en er werd ook geen woord over gerept. Bovendien duurde het ook verschrikkelijk lang. Kun je wel zo lang ziek zijn? Wat was dit voor een mysterieuze ziekte?

Met de kennis van nu (we zijn natuurlijk veel meer te weten gekomen over dit verschijnsel), bijna twintig jaar afstand en mijn eigen verstand kan ik iedere stap wel uittekenen. Hoe er langzaam dingen veranderden (er kwam sneller ruzie, ruzies werden heftiger, migraine, er werd veel ‘nee’ verkocht) tot aan het welbekende ‘point of no return’ (depressie, ruzies, langdurige migraines, veel afspraken bij artsen en nog meer ruzies). Omdat er bij ons nooit gepraat werd over lastige dingen, ontstond er ook geen begrip. Het werd ‘ieder voor zich’ in het gezin. Stuk voor stuk ontwikkelden we een eigen manier om hiermee om te gaan. Daarbij horen ook eigen geheimen, zoals ik inmiddels heb geleerd.
Ik nam praktisch nooit vriendinnetjes mee naar huis, omdat ik niet wist hoe ik de situatie thuis kon aantreffen. Daarbij schaamde ik me ook. Voor de kilte en de ongezelligheid. Dat hield ik voor mezelf. Ik ging veel naar anderen toe, was bijna iedere dag op het sportveld te vinden en schreef mezelf een ongeluk in dagboeken. Ruzies probeerde ik op te lossen, maar nog veel harder probeerde ik de vrede te bewaren. A hell of a job. Zeker wanneer er flink gepuberd wordt en zich fel verzet tegen de gang van zaken. Alles werd anders. Vakanties, familiebezoeken, afstuderen, verjaardagen. Het kwam allemaal onder een grijze, beklemmende deken te liggen. Er was geen lucht, geen licht. Wel was er weinig energie, dreigende uitbarstingen en gemaakte vreugde. We wilden ons niet alles laten afpakken, dus deden we maar alsof het leuk was. Als kers op de taart kwam burn-out nummer twee.
Tot op de dag van vandaag, twintig jaar later, zie ik bij mezelf en de anderen hoeveel sporen het heeft achter gelaten. Poeh, dat doet me vaak nog het nodige verdriet. Daarom heb ik een lijstje met tips. Voor jezelf en voor anderen, om hopelijk wat verstandiger en bewuster met jezelf om te gaan. Je bent namelijk niet alleen, je bent onderdeel van een systeem ;-).

1. Prik af en toe een thermometer in je koppie en je lijf om te checken hoe je erbij staat. Als je dat zelf niet goed kan -je moet toch de nodige afstand zien te kunnen nemen-, ga dan voor een APK’tje (zo noemen we dat tegenwoordig gekscherend) bij een professional. Dit lucht op.
2. Spreek je uit. Als je ergens een intense hekel aan hebt, boos om bent, verdrietig van bent geworden, I truly don’t care, spreek het uit. Pak de regie op wat je voelt. Het opkroppen of een andere manier vinden om ermee om te gaan, is vaak symptoonbestrijding. Als een boemerang komt-ie terug.
3. Voel jezelf. Veel mensen hebben tegenwoordig een baan waarvoor ze veel moeten nadenken, achter laptops zitten en rennen van afspraak naar afspraak. Door heel veel ‘in je hoofd’ te zitten, ontstaat er soms een afstand tussen het hoofd en het lijf. Blijf in contact met je lijf, want het geeft waardevolle informatie. Is je bijvoorbeeld weleens opgevallen dat je na een drukke dag heel koude voeten hebt in bed? Al je energie (en bloed) gaat naar je hoofd. Of dat je ademhaling hoog zit (in plaats vanuit je buik)? Las af en toe een momentje in voor jezelf.
4. Vraag hulp. Je kunt vaker hulp gebruiken dan je  denkt. Stel, je slaat aan het piekeren over iets. Probeer jezelf dan de vraag te stellen of iemand je kan helpen. Kan iemand een afspraak overnemen? Kun je iets uit je agenda schrappen? En geloof me, dat kan vaker dan je denkt.
5. Balen is oké. Niet alles hoeft goed te gaan, leuk te zijn, mooie prestaties op te leveren, of in één keer goed te gaan. En daar mag je van balen. Realiseer je ook dat het juist de veerkracht is (waarmee je er weer bovenop komt) veel kenmerkender voor jou is dan iets in één keer perfect te doen.

Wie is Kim?
Ik woon in het midden van het land. Mijn dagen worden gevuld met het nadenken over, plannen en regelen van veel dingen. I eat deadlines for breakfast! In het weekend zijn er geen regels, behalve dat het drinken van slechte wijn uit den boze is. (En hetzelfde geldt voor eten.) Ik ren harder dan je denkt en vind het geweldig om binnen een paar dagen een boek of serie van A tot Z te verslinden. Soms noem ik mezelf CEO van Het Leven, maar ik durf mijn LinkedIn status niet te veranderen.

Leave a Reply