Die ene keer dat ik blut was

By July 18, 2017 Career No Comments

Foto 4

Platzak zijn. Op zwart zaad zitten. Geen rode rotcent hebben. Dan moet je in de supermarkt heel hard nadenken over de waarde van de boodschappen in je winkelmandje en wat er nog op je rekening staat.
Het is me niet onbekend.

Als student was het weleens afzien voordat stufi werd gestort. Samen met mijn huisgenootjes schooierde ik door het huis, op zoek naar lege flessen voor statiegeld. Of we aten met z’n allen droog brood met pindakaas, omdat dat het enige was wat we nog in huis hadden. Ik heb een keer uit pure noodzaak dagenlang roggebrood met appelstroop moeten eten, een uiterst slechte combinatie, in afwachting van de 25ste van de maand. We troostten onszelf met de gedachte dat wanneer we afgestudeerd waren, het allemaal beter zou worden. Dan hadden we een baan en continu geld en hoefden we niet zo krampachtig rekensommetjes te maken. Dan konden we eten wat we wilden én ook nog eens uitgaan, of ergens een hapje eten, en shoppen. Eh,… toch?

In mijn geval is het antwoord heel simpel: nee. Vaker dan ik zou willen, heb ik te maken met een aantal vragen die in me opkomen. Met name als ik net lekker in bed lig en van plan ben om een goede nacht slaap te gaan pakken. En hoe langer ik erover nadenk, hoe ellendiger de vragen worden.
1. Waar is al mijn geld deze maand naartoe gegaan?
2. Hoe kom ik de rest van de maand nog door?
3. Waarom gebeurt me dit zo vaak?  (Er zijn zelfs hele gezinnen die met mijn maandsalaris rond moeten komen en hen lukt het ook!)
4. Kan ik eigenlijk wel met geld omgaan?
5. Waarom bestaat er überhaupt geld, moet dat niet eens worden afgeschaft?
6. Welke celebrity zou mij een gift kunnen geven? Het zou me uitstekend uitkomen als het een flinke financiële injectie is.

Nu ben ik bang dat geld als betaalmiddel niet snel zal verdwijnen, dus ik zal  me voorlopig erbij neer moeten leggen dat ik geld vrij gemakkelijk uitgeef. Zal ik mijn dure smaak dan de schuld geven? Of dat ik gewoonweg heel blij word van mooie spullen van een goede kwaliteit? Sowieso is het heel erg onhandig dat ik geniet van lekker eten – uit en thuis – en ik in extase kan raken van een perfect glas wijn. Maar ik kan ook natuurlijk nog mijn werkgever de schuld geven. Mijn salaris is te laag. Als ik een paar honderd euro per maand meer betaald zou krijgen, zou ik niet meer ’s nachts hoeven te piekeren over mijn financiële uitdagingen. En dan zou ik meer slaap krijgen en overdag nog beter presteren.
Terwijl deze gedachten door mijn hoofd stormen, komt er nog een heel gemeen stemmetje bij. Die vertelt me dat ik bij mijn vorige baan een hoger salaris ontving. En dat ik toen hetzelfde probleem had. Ik ging toen alleen nog nèt wat vaker uit eten. En misschien kocht ik toch nog wat vaker duurdere kleding. (Maar jeetje, dat zie je er dan ook wel aan af hoor! Prachtige items! Iedere euro waard!) Verdorie, verdorie, verdorie. Ik kan dus niet iemand anders de schuld hiervoor geven, hoe heerlijk ik dat ook zou vinden.

Is het dan allemaal toch terug te voeren op balans? Niet àlles willen, het liefst meteen? Gaat het om prioriteiten? En verstandige keuzes (gatver)? Misschien wel. Ik denk dat het in ieder geval wel wat meer rust geeft om een appeltje voor de dorst achter de hand te hebben. Kan ik meteen oefenen met vaker ‘nee’ zeggen. Houd je vooral niet in als je knalgoede tips hebt voor me. Ik leer graag van je.

Mijn bank zal blij met me zijn. De horeca en winkeliers daarentegen… Maar ja, je kan niet alles hebben.

Wie is Kim?
Ik woon in het midden van het land. Mijn dagen worden gevuld met het nadenken over, plannen en regelen van veel dingen. I eat deadlines for breakfast! In het weekend zijn er geen regels, behalve dat het drinken van slechte wijn uit den boze is. (En hetzelfde geldt voor eten.) Ik ren harder dan je denkt en vind het geweldig om binnen een paar dagen een boek of serie van A tot Z te verslinden. Soms noem ik mezelf CEO van Het Leven, maar ik durf mijn LinkedIn status niet te veranderen.

Leave a Reply